Provincies maken beleid dat grote impact kan hebben op de leefwereld van burgers en ondernemers. Bijvoorbeeld als het gaat om het plaatsen van windmolens. Emoties kunnen daarbij hoog oplopen en slaan soms om in agressie. Zowel de provincie Utrecht als de provincie Overijssel hebben sinds 2024 een fulltime veiligheidsadviseur in dienst. Wij spraken met Alma Broekmaat en Femke Lansink over hun eerste periode als veiligheidsadviseur.

Femke Lansink en Alma Broekmaat

Hoe is jullie functie ontstaan?

Utrecht was de eerste provincie die een veiligheidsadviseur aanstelde. Directe aanleiding was het Manifest Weerbaar Bestuur, opgesteld door de provincie Utrecht, gemeenten, waterschappen, politie en OM. In het manifest staan een norm en handelingsperspectief voor een goede bescherming van politieke ambtsdragers. Op provincieniveau gaat het daarbij om Statenleden, gedeputeerden, commissieleden en de commissaris van de Koning; op gemeenteniveau zijn dat burgemeesters, wethouders en raadsleden.  ‘Aan mij vervolgens de taak om deze groep te ondersteunen bij veiligheids- en agressievraagstukken,’ aldus Alma Broekmaat, regisseur Veilige Publieke Taak bij de provincie Utrecht. 

"Er lag wel een protocol, maar dat lag ergens onder in een la met een dikke laag stof erop."

Niet veel later stelde de provincie Overijssel een adviseur Veilige Publieke Taak aan: Femke Lansink. Femke vertelt dat haar functie uit nut en noodzaak is ontstaan: ‘In Overijssel hadden en hebben we al te maken met moeilijke thema’s, waaronder stikstof, Natura2000, de wolf, windmolenbeleid. Maar de druppel was het boerenprotest bij ons provinciehuis in 2022: zo’n 600 agrariërs kwamen met trekkers om te protesteren tegen het stikstofbeleid. Collega’s wisten toen niet goed: hoe ga je met deze groep in gesprek? En hoe waarborgen we de veiligheid van medewerkers en politieke ambtsdragers? Er lag wel een protocol, maar dat lag ergens onder in een la met een dikke laag stof erop. Onze commissaris van de Koning zei toen: dit kan zo niet langer, we moeten hier fulltime iemand voor hebben. Sindsdien richt ik me op de veiligheid van ambtenaren, zowel in het provinciehuis als in het veld, zoals onze weginspecteurs en handhavers.'

Hoe hebben jullie het bestaande veiligheidsbeleid in de praktijk gebracht?

In zowel Utrecht als Overijssel bestonden er al verschillende protocollen, maar in de praktijk leefde het niet genoeg. Meldingen kwamen er bijvoorbeeld alleen bij zware incidenten. Om dat te veranderen, hebben beide veiligheidsadviseurs in hun beginperiode hard gewerkt aan hun zichtbaarheid. In eerste instantie door kennis te maken met verschillende teams en bestuurders en door activiteiten te organiseren die de bewustwording vergroten. Maar vooral door meldingen serieus en snel op te volgen, vertelt Alma: ‘Succesverhalen maken dat mensen denken: melden heeft zin. Doordat je zichtbaar bent, groeit het vertrouwen en worden ook kleinere incidenten gemeld.’ Over die kleine incidenten vertelt Femke: ‘Ik blijf in mijn werk hameren op het herkennen van grenzen. Agressie gaat namelijk niet alleen om schreeuwen of dreigen, maar er zijn ook subtiele, geniepige vormen die onder de huid kruipen. Ik ga altijd persoonlijk met collega’s praten als ze iets hebben meegemaakt. Vaak zit er achter een “klein” incident veel meer.’ Alma vult aan: ‘Iedereen vindt dit onderwerp belangrijk, tot het henzelf overkomt. Dan bagatelliseren ze sneller. Vaak is dat juist een incident waarbij de norm is overschreden, en moet ik aansturen op maatregelen. Zoiets kan variëren van het afschermen van een digitale agenda tot camerabeveiliging bij een ambtswoning.’

Waar hebben jullie je kennis vandaan gehaald?

Alma vertelt: ‘Ik vond het echt zoeken toen ik startte. Er was veel informatie, maar die was wel versnipperd. Dus ik zocht veel mensen op via het netwerk Weerbaar Bestuur, het netwerk Veilige Publieke Dienstverlening van de VNG en collega’s bij gemeenten. Ik was blij toen Femke begon, want toen was ik niet meer alleen in provincieland. Inmiddels zijn er negen provincies met zo’n functie en zoeken we elkaar regelmatig op’. Femke legt uit wat ze met elkaar bespreken: ‘Het is fijn dat ik met andere veiligheidsadviseurs kan sparren, om te vragen: hoe doen jullie dit? Maken jullie vergelijkbare dingen mee? En we bespreken lastige dilemma’s, natuurlijk wel anoniem.’

"Zoek via netwerken anderen waar je van kunt leren. Zo hoeft niet iedereen het wiel opnieuw uit te vinden."

Ook voor de gemeenten die Alma ondersteunt, zijn netwerken een uitkomst. ‘Ik wijs ze op het VNG-forum Veilige Publieke Dienstverlening. En soms koppel ik gemeenten aan elkaar om ervaringen uit te wisselen. Bijvoorbeeld bij nieuwe gemeentehuizen: die worden steeds opener en gastvrijer, maar dat roept ook veiligheidsvragen op. Dan helpt het enorm als gemeenten van elkaar kunnen leren.’

Waar ligt jullie ambitie?

Femke vertelt dat ze werken aan het vastleggen van incidenten: ‘Ontzettend veel provincieambtenaren en politieke ambtsdragers krijgen te maken met agressie, maar dat zie ik nog niet terug in meldingen. Samen met de andere provincies kijken we of een registratiesysteem ons zou kunnen helpen om hier zicht op te krijgen, maar ik zou uiteindelijk graag zien dat de landelijke cijfers dalen.’ Alma vult aan: ‘Daarnaast willen we dat overheidsorganisaties ook meer op zichzelf reflecteren, om waar mogelijk te voorkomen dat emotie omslaat in agressie. Overheden maken beleid met grote impact. Hoe neem je mensen mee? Hoe communiceer je zorgvuldig? Hoe voorkom je escalatie? Daar valt nog veel te winnen. Je moet veel eerder nadenken over de impact van plannen en mogelijke maatschappelijke onrust, niet pas als het plan af is.’

Wat kunnen andere organisaties van jullie werkwijze leren?

Alma en Femke zijn het met elkaar eens: om een agressieprotocol levend te houden, heb je iemand nodig die het uitvoert, bewaakt en zichtbaar maakt. Voor de invulling van die functie verwijst Femke naar de handreiking Veiligheidsadviseur: ‘leg de taken het liefst bij één persoon neer en niet verspreid over allerlei opgeknipte takenpakketten, want dan verdwijnt het eigenaarschap.’ Alma nuanceert dit: ‘Er bestaan ook nog wel andere goede vormen, waarbij een paar personen het werk goed verdelen. Wel is het dan belangrijk dat ze goed opgeleid zijn in dit onderwerp, incidenten goed kunnen afhandelen en er prioriteit aan geven.’ Tot slot benadrukken zowel Femke als Alma: sluit je aan bij bestaande netwerken. Door kennis te delen, hoeft niet iedereen het wiel opnieuw uit te vinden.