Doe melding of aangifte bij de politie

Vermoed je dat het gedrag van de dader strafbaar is? Ga dan zo snel mogelijk naar de politie, liefst binnen 2 werkdagen. Doe dit in ieder geval altijd als iemand fysiek geweld heeft gebruikt. Of daarmee dreigde. Acties die face to face, via e-mail of per brief strafbaar zijn, zijn dat ook via onlinekanalen. Denk aan belediging of bedreiging. Beoordeelt de politie het gedrag als niet strafbaar? Dan kun je vragen of de hulpofficier van justitie het daarmee eens is. 

Waarom is het belangrijk om naar de politie te gaan?

Aangifte bij de politie is nodig om de dader te kunnen straffen. En om eventuele schade op de dader te verhalen. Lang niet alle agressie- en geweldsincidenten worden bij de politie gemeld. Deels door onwetendheid. Of omdat de indruk bestaat dat een aangifte geen zin heeft. Ook de angst dat een dader opnieuw agressief wordt, kan een drempel zijn. Maar juist bij herhalingsrisico moet de politie direct kunnen ingrijpen, als dat nodig is. Is aangifte niet mogelijk? Doe dan een melding. Dit is om 2 redenen belangrijk:

  1. De politie legt meldingen vast. Hierdoor ontstaat zicht op de aard en hoeveelheid meldingen. En of er bijvoorbeeld sprake is van ‘probleemklanten’ of ‘probleemlocaties’.
  2. Als er meerdere meldingen zijn over 1 dader, dan weegt dat mee bij het bepalen van een eventuele straf.

Wat als het slachtoffer zelf melding of aangifte doet?

Vaak doet het slachtoffer zelf melding of aangifte. Hij weet immers het beste wat er gebeurde tijdens het incident. Zorg dat de leidinggevende of een andere, vaste contactpersoon het slachtoffer hierbij begeleidt. En kijk of het slachtoffer extra veiligheidsrisico’s loopt. Neem maatregelen als dat nodig is. Gebruik voor de aangifte ook altijd de adresgegevens van de organisatie, nooit die van het slachtoffer. 

Wat als de organisatie de melding of aangifte doet?

De andere optie is dat de organisatie namens het slachtoffer melding of aangifte doet. Het slachtoffer stelt dan een ondertekende, schriftelijke verklaring op over het incident. Daarmee gaat de organisatie naar de politie. Het slachtoffer blijft als getuige in beeld en kan door de politie of rechter worden gehoord. Heeft de organisatie schade aan spullen die ze wil verhalen op de dader? Dan kan alleen de organisatie daar aangifte van doen. Hetzelfde geldt voor situaties waarin de dader niet wilde weggaan of een gebouwverbod had. Bepaal wie er binnen jouw organisatie contactpersoon is voor de politie. Deze medewerker is op de hoogte van de afspraken tussen politie, justitie en de organisatie.

Hoe kun je melding of aangifte doen?

Melding of aangifte doen, kan door te bellen naar het algemene nummer van de politie: 0900-8844. Soms kan het ook digitaal. Bijvoorbeeld bij kleine incidenten waarbij de dader niet gevonden wordt. Maar wel een proces-verbaal nodig is, bijvoorbeeld voor de verzekering. Maakt je organisatie gebruik van het Gemeentelijk Incidenten Registratiesysteem (GIR) om incidenten te registreren? Dan kun je het Politie Informatie Formulier (PIF) gebruiken voor de aangifte. 

Welke informatie is nodig voor de aangifte?

Zorg dat je de volgende informatie verzamelt:

  • Wat er gebeurde, en hoe. Ging het om (non-)verbale agressie of persoonlijke bedreiging? Om fysiek geweld of vernieling? Wat was de aanleiding? Waarmee is het misdrijf gepleegd? Denk ook aan het verzamelen van bewijs, zoals beelden van beveiligingscamera’s, of de verklaring van een arts. Of bij online agressie: een schermafbeelding van een beledigende tekst of opgeslagen geposte filmpjes.

  • Waar en wanneer het gebeurde. Zijn er sporen achtergebleven?

  • Wie erbij betrokken waren. Om welke medewerker ging het? Welke informatie is er over de dader? Zijn er getuigen?

  • Wat de gevolgen en impact waren voor de medewerker, de organisatie en de dader. Is er melding gedaan bij de politie en is de dader aangehouden? Is er schade die hij moet vergoeden? Had de medewerker nazorg nodig? Hoe is er door de organisatie naar de dader gereageerd?

Vermeld altijd dat het om agressie of geweld gaat tegen een medewerker met een publieke taak. De aangifte krijgt dan prioriteit. En het kan leiden tot een hogere straf voor de dader.

Wat gebeurt er na de melding of aangifte?

Het slachtoffer kan bij zijn aangifte doorgeven dat hij op de hoogte wil blijven van de voortgang. Zoals het opsporen en aanhouden van de dader door de politie. En de vraag wat het Openbaar Ministerie (OM) gaat doen. Het OM kan kiezen om:

  • Er geen zaak van te maken (seponeren). Bijvoorbeeld omdat er te weinig bewijs is. Of omdat de dader inmiddels een schadevergoeding heeft betaald.
  • Een transactie of strafbeschikking op te leggen. De zaak komt dan niet voor de rechter, maar het OM handelt het zelf af. Gaat de dader niet akkoord met het voorstel van het OM? Dan kijkt de rechter er alsnog naar.
  • Vervolgen. De zaak wordt dan meteen voorgelegd aan de rechter. De officier van justitie kan een straf eisen. Dit kan een geldstraf, een taakstraf, een gevangenisstraf, of een combinatie daarvan zijn. De officier kan ook een schadevergoeding eisen. De hoogte van de straf wordt bepaald door de ernst van het incident, de omstandigheden en de persoonlijkheid van de dader. Was er sprake van opzet? Of is de dader bijvoorbeeld al eerder in de fout gegaan? 

Het slachtoffer kan de voortgang via het slachtofferloket volgen. Dit loket is een samenwerking van politie, Slachtofferhulp Nederland en het OM.